Fedja van Huêt levert prestatie van formaat in de grote wens van regisseur Michiel ten Horn. De wens van ten Horn om via vertellingen een mytisch Limburg doordrenkt met rituelen uit te beelden. Met als canvas het verhaal van de grote loser crimineel Jos (van Huêt) die samen met zijn compaan ( Sezgin Güleç) niet onderdoen voor Abbot en Costello of zoals u blieft Tom en Jerry. Dat van Huêt een groot gevoel heeft voor taal en in bijzonder dialecten heeft hij wederom bevestigd door het Venloos eigen te maken en overtuigend te zijn op het witte doek. Michiel ten Horn heeft door te kiezen voor Huêt aan de voorkant zich verzekerd dat Fabula niet ondermaats is. Ook keuze voor Michiel Kerbosch als vader en Georg Friedrich als broer Hendrik zijn een schot in de roos. Daarbij zorgt huiscomponist Djurre de Haan voor de juiste toon en is zijn compositie van toegevoegde waarde die de film op niveau houdt. Je kunt discussiëren of Fabula wellicht iets te lang zijwegen bewandelt waardoor je het gevoel krijgt dat het tempo verliest. Maar een film als Fabula mag en moet wellicht af en toe ongemakkelijk zijn om daardoor te kunnen voelen als loser Jos. Regisseur Michiel ten Horn is erin geslaagd om met mooie beelden, verhalen en humor een on-Nederlandse film af te leveren. Wellicht dat hij een zaadje heeft geplant waardoor Nederlandse cinema andere wegen gaat bewandelen. En wat betreft Jos; het is fijn om 2 uur en 5 minuten weg te zakken in de wetenschap dat er grotere losers zijn dan jezelf.